Kat

pedagoog, bioloog en ervaringstaalkundige

Als kind droomde ik ervan om met dieren te praten. Niet zomaar wat kletsen, maar echte en diepgaande conversaties. Stel je voor wat een vogel je zou kunnen vertellen over de richting van de wolken! Het leek me een beter gesprek dan de korte antwoorden van mijn toenmalige leerkracht die geen tijd had voor dit soort taalverspilling.

Hoewel ik vandaag nog steeds niet met vogels spreek – en weet dat de wind achter de wolken zit -, probeer ik nu te begrijpen waarom dit voor mij allicht onmogelijk blijft. Waarom heeft de mens taal ontwikkeld en hoe komt het dat andere dieren dat niet op dezelfde manier hebben gedaan? In mijn onderzoek probeer ik deze vraag te beantwoorden door te kijken naar de unieke eigenschappen van de menselijke taal en hoe deze zich onderscheiden van communicatie bij andere diersoorten.

Mijn werk richt zich op de evolutionaire geschiedenis van biologische en cognitieve processen die taal mogelijk maken. Hiervoor combineer ik inzichten uit de evolutiebiologie, neurowetenschappen en taalkunde om te achterhalen welke mechanismen leiden tot het ontstaan van complexe taalstructuren. Bovendien onderzoek ik hoe factoren zoals sociaal gedrag en ecologische uitdagingen de ontwikkeling van taal door de tijd heen hebben beïnvloed.

Uniek perspectief

Taal is diep verweven met wat het betekent om mens te zijn. Juist omdat het zo’n fundamenteel onderdeel is van onze identiteit, is het uitdagend om taal objectief te bestuderen. Als autistisch onderzoeker kijk ik met een uniek perspectief naar zowel taal als communicatie en de relatie tussen beide. Mijn vermogen om los te breken van gangbare patronen helpt me om vanzelfsprekende aannames te doorbreken en dieper door te dringen tot de kern van waarom alleen mensen taal hebben ontwikkeld. Met deze blik werk ik aan een beter begrip van de oorsprong van deze unieke menselijke eigenschap en hoop ik bij te dragen aan een genuanceerd beeld op wat taal echt betekent.


© Kat Van der Poorten 2024 – 2025

FWO

Onderzoek gesteund door Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen
en Lees- en Adviesgroep Volwassenen met Autisme