Categorie: Oorsprong van taal

  • Waarom bestaat er geen Protulees?

    Waarom bestaat er geen Protulees?

    Stel je voor: je komt thuis en je partner heeft een boodschap voor je achtergelaten. Geen briefje op het aanrecht, geen berichtje op je telefoon. Nee, er hangt een subtiele geur in de gang. Een vleugje jasmijn, gevolgd door iets citrusachtigs en een ondertoon van versgebakken brood. Je knikt begrijpend. “Ah, hij is boodschappen doen en komt rond zeven uur thuis.”

    Dit scenario klinkt absurd, en dat is het ook. Maar de vraag is: waarom is het absurd? Waarom hebben mensen nooit een taal ontwikkeld op basis van geur?

    Dieren doen het wel

    Het vreemde is dat geurcommunicatie in de dierenwereld juist enorm succesvol is. Mieren leggen geursporen om soortgenoten naar voedselbronnen te leiden. Honden lezen een hele roman aan informatie van een lantaarnpaal. Motten lokken partners aan over kilometers afstand met een enkel geurtje.

    Maar geen enkel dier heeft ooit de stap gezet naar wat wij “taal” zouden noemen: een flexibel systeem waarmee je willekeurig complexe boodschappen kunt overbrengen. Feromonen zeggen “hier is voedsel” of “ik ben paringsbereid”, maar je kunt er geen filosofie mee bedrijven. Er is geen mier die een andere mier vraagt wat ze droomde vannacht.

    Het probleem met geuren

    Taal vereist een paar dingen die geur simpelweg niet kan bieden.

    Ten eerste: snelheid. Als je praat, kun je in een seconde meerdere woorden uitspreken. Probeer maar eens om in diezelfde seconde drie verschillende geuren te produceren én die geuren ook nog eens bij je gesprekspartner te krijgen. Geuren verspreiden zich traag, mengen zich met elkaar, blijven hangen. Tegen de tijd dat je de eerste lettergreep hebt “uitgesproken”, is je partner al naar de keuken gelopen en ruikt alleen nog je openingszin.

    Ten tweede: contrast. Klanken zijn wonderbaarlijk discreet. De “p” en de “b” zijn totaal verschillend voor ons gehoor, ook al verschillen ze fysiek maar een beetje. Maar geuren? Die vloeien in elkaar over. Waar eindigt “rozig” en begint “bloemig”? Onze neus is slecht in het maken van scherpe grenzen.

    Ten derde: geheugen. We kunnen duizenden woorden opslaan en razendsnel herkennen. Maar vraag iemand om honderd verschillende geuren betrouwbaar te onderscheiden en te benoemen, en het wordt al snel een puinhoop. Onze geurherinnering is vaag, associatief en notoir onbetrouwbaar.

    De anatomie van taal

    Er is nog iets fundamentelers aan de hand. Menselijke taal is niet zomaar een communicatiesysteem – het is nauw verweven met hoe ons brein werkt. De gebieden die geluid verwerken, liggen vlak naast de gebieden die taal produceren. Er zijn directe verbindingen tussen je oren en je spraakcentrum.

    Geur werkt anders. Geurinformatie gaat eerst naar evolutionair oudere hersengebieden die met emotie en geheugen te maken hebben. Daarom kan een geur je zo krachtig terugvoeren naar je oma’s keuken uit 1987. Maar diezelfde route maakt geur ongeschikt voor de snelle, abstracte manipulatie die taal vereist.

    Een gedachte-experiment

    Laten we toch even fantaseren over het Protulees, onze hypothetische geurtaal.

    Het eerste probleem: je zou speciale klieren moeten hebben om geuren te produceren. Stinkdieren kunnen dit, maar zij hebben precies één boodschap: “blijf weg.” Voor een echte taal zou je tientallen controleerbare geurklieren nodig hebben.

    Het tweede probleem: privacy zou niet bestaan. Alles wat je “zegt” blijft minutenlang in de lucht hangen. Fluisteren is onmogelijk. Een ruzie zou de hele buurt urenlang blijven kwellen.

    Het derde probleem: schrijven. Hoe leg je een geur vast voor later? Onze boeken zouden moeten bestaan uit reageerbuisjes die in de juiste volgorde worden geopend. De bibliotheek zou een nachtmerrie zijn.

    Waarom dit ertoe doet

    De afwezigheid van geurtalen is niet zomaar een curiositeit. Het vertelt ons iets belangrijks over wat taal eigenlijk is. Taal is geen willekeurige uitvinding, maar het is een systeem dat past bij de specifieke mogelijkheden en beperkingen van het menselijk lichaam en brein.

    We spreken met geluid omdat geluid snel is, precies controleerbaar, en onze hersenen toevallig uitgerust zijn met de juiste hardware om het te verwerken. Gebarentalen werken om dezelfde reden: visie is snel en gedetailleerd.

    Geur is prachtig voor wat het doet: emoties oproepen, herinneringen triggeren, ons waarschuwen voor gevaar. Maar voor het overbrengen van de vraag “heb jij de kat al eten gegeven?” is het hopeloos ongeschikt.

    Tot slot

    Dus nee, we spreken geen Protulees. En dat zullen we ook nooit doen. Niet omdat we niet creatief genoeg zijn, maar omdat de wetten van de fysica en de architectuur van ons brein het simpelweg niet toelaten.

    Maar misschien is dat maar goed ook. Een wereld waarin elk gesprek letterlijk blijft hangen, waarin je nog dagen later kunt ruiken dat je buren ruzie hadden en waarin de geur van een politiek debat de hele stad verpest klinkt vermoeiend.

    Soms is het fijn dat woorden vervliegen zodra ze zijn uitgesproken.

  • LAVA Scholarship 2025

    LAVA Scholarship 2025

    English

    Ik mag mezelf bekend maken als trotse winnaar van het allereerste LAVA Scholarship!

    De Lees- en Adviesgroep Volwassenen met Autisme (LAVA vzw) is een autistische organisatie die zich inzet voor het zichtbaar maken en ondersteunen van neurodiverse stemmen. Check zeker ook hun website!

    Omdat er grote vraag was naar een schriftelijke versie van mijn acceptance speech publiceer ik hem nu graag hier. Ik nodig iedereen uit om mee te denken over de cruciale rol die diversiteit speelt in zowel het academische onderzoek als de brede maatschappij.

    Acceptance Speech (English translation)

    Dankjewel aan de jury en iedereen bij LAVA. Deze erkenning betekent voor mij veel meer dan alleen maar steun voor mijn onderzoek.

    De weg hiernaartoe was niet altijd gemakkelijk en er zijn bij mij veel momenten van twijfel geweest. Momenten waarop ik me afvroeg of er ergens wel een plaats voor mij bestond.

    Gelukkig heb ik die plaats uiteindelijk toch gevonden. Waar ik mezelf kan zijn en waar mijn manier van denken niet alleen wordt geaccepteerd, maar ook gewaardeerd. Waar ik mezelf kan inzetten zoals ik ben. Dit scholarship voelt voor mij als een extra bevestiging dat ik niet alleen mag bestaan in de academische wereld, maar dat ik er ook echt thuishoor.

    Voor ik inga op mijn onderzoek over de evolutie van structuur en betekenis wil ik iedereen bedanken die ik onderweg ben tegengekomen. Te veel om hier allemaal op te noemen, maar er zijn twee mensen die ik toch expliciet wil vermelden: mijn promotoren. Piet van den Berg, professor evolutiebiologie aan de KU Leuven en Shigeru Miyagawa, professor taalkunde aan MIT.

    Bedankt voor de kans, het vertrouwen en de ruimte om mijn eigen nieuwsgierigheid te mogen najagen.

    Het werd vorig academiejaar al heel vroeg duidelijk dat mijn masterthesis een staartje ging krijgen. De vele ideeën waren er al, maar het zelfvertrouwen was nog ver te zoeken. Dankzij Piet heb ik samen met hem toch een FWO aanvraag durven schrijven voor een doctoraatsbeurs, ook al dacht ik dat ik de selecties nooit zou overleven met mijn gek academisch profiel. Nu mag ik nog minstens vier jaar verder werken. En hopelijk nog veel langer.

    Dankzij Miyagawa sensei kan ik op 1 april beginnen aan een onderzoeksstage in Japan. Hij bracht me in contact met onderzoekers aan Osaka University waardoor ik in het lab van professor Takufumi Yanagasiwa samen met het team daar op zoek mag naar de neurobiologische oorsprong van taal.

    先生方、この貴重な機会をいただき、心より感謝申し上げます。

    Een deel van deze onderzoeksstage wordt gefinancierd door het FWO, mijn officiële werkgever, maar dankzij LAVA kan ik nu nog meer van mijn ambities in Japan waarmaken. Ik hoop dat ik het scholarship en de autistische gemeenschap alle eer aandoe.

    Mijn onderzoek zelf stamt uit mijn kinderlijke verwondering en nieuwsgierigheid. Ik wilde zo graag met dieren kunnen praten en toen ik besefte dat wederkerige gesprekken met mijn hamsters misschien toch iets te hoog gegrepen waren, ben ik mij beginnen afvragen waarom.

    30 jaar fastforward heb ik nu de kracht en de middelen om deze vraag te herstellen op een wetenschappelijke manier. Om te beginnen onderzoek ik het ontstaan van structuur en betekenis in taal, zowel in de ontwikkeling van het individu als in de evolutie van onze soort. Al decennialang wordt hier veel onderzoek naar gedaan, maar ondanks alle inspanningen en de vele theorieën die daardoor zijn ontstaan is er nog altijd maar heel weinig over geweten. Ik hoop dat ik als pedagoog en evolutiebioloog kan bijdragen aan het debat, met de hulp van mijn atypisch brein dat steigert bij elke status quo.

    Als kersvers evolutiebioloog bevind ik mij nu ook een beetje in een rare positie. Mijn vakgebied heeft als doel om te begrijpen hoe natuurlijke variatie ontstaat en hoe soorten zich aanpassen en ontwikkelen. Maar de evolutietheorie is misschien beter bekend van een donkere geschiedenis waarin biologische concepten herhaaldelijk zijn misbruikt om sociale ongelijkheid te rechtvaardigen.

    Het is een mooi voorbeeld van hoe taal, betekenis en structuur – en dus ook macht – vandaag onlosmakelijk zijn verbonden.

    Slagzinnen als “survival of the fittest” en de “struggle for life” bijvoorbeeld, worden meer wel dan niet verdraaid en verkeerd gebruikt. Dat leidt dan uiteindelijk tot walgelijke opmerkingen zoals “dat is allemaal natuurlijk, zo wordt de samenleving een keer opgekuist”. Een stelling die ik echt heb gehoord bij het aanschuiven voor een vaccin tijdens de pandemie. Misschien kwam die wel uit doodsangst bij de spreker voor een prikje van de naald. En misschien laat het iets zien over de fitness van de persoon aan het woord, eerder dan over de geadresseerden.

    Bij het concept van fitness wil ik benadrukken dat dit in de evolutiebiologie niet gelijk staat aan sterker of beter zijn! Ik hoop dat ik dat misverstand voor altijd de wereld uit kan helpen. Fit zijn betekent aanpassingsvermogen hebben en fitness wordt grotendeels bepaald door de omgeving en niet uitsluitend door de genen van een individu.

    Het concept van de “struggle for life” is misschien wat minder bekend, maar het is ook een zin die vaak wordt gebruikt om te benadrukken dat competitie en uitsluiting natuurlijke fenomenen zijn. En dat terwijl Darwin juist benadrukte dat samenwerking en wederzijdse afhankelijkheid cruciale factoren zijn voor evolutie en het voortbestaan van soorten.

    Deze twee zinnen komen trouwens ook niet van Darwin zelf. Hij heeft het nooit gehad over survival of the fittest en de struggle for life was een al bestaand economisch concept dat hij hergebruikte om de evolutionaire ‘struggle for existence’ uit te leggen. De misinterpretatie dat alle leven draait om genadeloze competitie heeft niet alleen historische schade aangericht, maar blijft ook vandaag nog zeer invloedrijk in hoe we over succes, macht en uitsluiting denken.

    Als evolutiebioloog neem ik mijn verantwoordelijkheid om die verdraaiingen bloot te leggen en te laten zien dat evolutie, net als taal, draait om complexiteit, samenwerking en diversiteit en NIET om een rechtvaardiging van ongelijkheid.

    Evolutie is geen puur competitief proces, maar een dynamisch evenwicht waarin soorten – en ik wil hier benadrukken dat het gaat over soorten, als groep, en niet over individuen – zich aanpassen aan veranderende omstandigheden. Soms betekent dat concurrentie, maar minstens even vaak betekent het coöperatie. Soorten overleven niet alleen door strijd, maar vooral door onderlinge afhankelijkheid. Zowel binnen dezelfde soort als tussen verschillende soorten. Denk bijvoorbeeld aan de bloemetjes en de bijtjes in letterlijke zin, die het zonder elkaar moeilijk zouden hebben om te blijven bestaan.

    Vandaag zien we een heel sterke weerstand tegen alle beleid waarin diversiteit en inclusie centraal staan. Vaak komt dit door een krampachtige drang om een nostalgisch ideaal te behouden dat in werkelijkheid nooit heeft bestaan. Maar overleving draait om aanpassing en verandering. Soorten die zich niet kunnen aanpassen sterven uit.

    En de enige weg naar aanpassing is via natuurlijke diversiteit. Er is nog veel dat niet geweten is in de biologie, maar één principe is ondertussen wel duidelijk en algemeen aanvaard: als diversiteit verdwijnt, dan stort het systeem in. En dit geldt op alle niveaus. Van genetische diversiteit, tot biodiversiteit en in het verlengde daarvan dus ook neurodiversiteit. Als we blijven vernietigen wat ons aanpassingsvermogen mogelijk maakt door geen zorg te dragen voor elkaar en de natuur, dan maken we van onze eigen toekomst gegarandeerd een uitstervingsproces.

    Wat ik uit mijn onderzoek tot nu toe heb geleerd, is dat in taal structuur en betekenis hand in hand gaan. Structuur geeft betekenis en betekenis geeft structuur. Maar wat als structuur betekenis tegenhoudt?

    Vandaag sta ik hier, erkend en gevierd. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Er zijn onnoemelijk veel groepen mensen over de hele wereld die elke dag actief gehinderd worden in hun carrière en ook in hun leven zelf. Niet omdat ze niet goed of sterk genoeg zijn, maar omdat systemen, structuren en ongeschreven regels hen in de weg staan. Omdat betekenis wordt bepaald door de meerderheid. Omdat er niet genoeg budget is voor inclusie. Omdat mensen bang zijn van alles dat anders is. Omdat dit “nu eenmaal is hoe de samenleving werkt”.

    Maar kleine veranderingen zijn eigenlijk niet zo moeilijk en moeten ook niet eens geld kosten. Op dit moment heb ik geen macht, geen budget (het is nog niet gestort) en geen beleid achter mij. Maar ik kan als mens, als een complexe biologische structuur, kiezen dat ik vandaag hier een ongeschreven regel ombuig en verander. Die van de minuut stilte.

    Normaal gebruiken we die om te reflecteren op fouten uit het verleden. Maar aangezien de geschiedenis zich steeds blijft herhalen en we tegenwoordig heel snel terugvallen naar een bang verleden, hoop ik dat het voor iedereen duidelijk is dat achterom kijken alleen nooit genoeg is.

    Daarom vraag ik jullie nu om een minuut stilte. Niet uit respect voor wat geweest is, maar om na te denken over wat nog kan zijn. Over structuren die mensen buitensluiten. Over regels die we blindelings volgen zonder ze in vraag te stellen. Over de keuzes die we nog kunnen maken. Als eerbetoon aan alle mensen die monddood gemaakt worden en daardoor niet kunnen leven.

    En daarna wil ik geen applaus.

    Ik weet dat de norm dicteert dat jullie op het einde van mijn speech allemaal gaan klappen, maar dat wil ik niet. Ik wil geen afsluiting, geen moment van zelfvoldaanheid en geen collectieve opluchting dat de ongemakkelijke stilte voorbij is. Ik wil eindigen met dat ongemak. Omdat echte verandering pas begint als we dat ongemak durven toelaten.


© Kat Van der Poorten 2024 – 2026

FWO

Onderzoek gesteund door Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen
en Lees- en Adviesgroep Volwassenen met Autisme